Drs. van 85
bleef student
Door
DORINE STEENBERGEN
Vandaag wordt H.H. Polzer, beter bekend als Drs. P., 85 jaar. Ter ere daarvan
verschijnt Toenemend Feestgedruis van vriend/collega Cees van der Pluijm.
"Drs. P. is de vrolijkste mens die ik ken."
Van der Pluijm en drs. P. Foto:
Van der Pluijm
De
Tweede Wereldoorlog was gaande toen de 21-jarige student economie Heinz Hermann
Polzer de pen ter hand nam en een parodietje in elkaar flanste over Hitler en
Mussolini. Een studentikoos geintje in de stijl van Ot en Sien, met in de
hoofdrollen de belhamels Dolf en Ben (Hitler & Mussolini) die een pak rammel
van Oom Sam krijgen. Het verhaaltje werd geplaatst in het Rotterdams
studentenblad. De jonge Polzer werd er prompt voor opgepakt en gevangen gezet in
het beruchte Oranjehotel in Scheveningen.
"Nooit geweten", zegt schrijver/acteur/presentator Cees van der Pluijm
(1954, Radio Kootwijk) die deze nog niet eerder zo uitgebreid aan de
openbaarheid prijsgegeven anekdote beschrijft in zijn boek Toenemend
Feestgedruis dat vandaag verschijnt, ter ere van de 85ste verjaardag van de man
die inmiddels al vele jaren door het leven gaat als Drs. P.
Heinz Hermann Polzer (Thun, Zwitserland, 1919), kind van een Nederlandse moeder
en Oostenrijkse vader, 'emigreerde', zoals hij het zelf noemt, op bijna
driejarige leeftijd naar Nederland. Hij woonde een poosje in Velp, zat op de
christelijke mulo in Arnhem en verhuisde later naar Rotterdam. P. en Van der
Pluijm zijn goede vrienden sinds het einde van de jaren zeventig. Van der Pluijm
zat toen in de redactie van het Literair café Nijmegen en Drs. P. kwam een
keertje optreden. "Sindsdien hebben we contact gehouden. Daaruit is een
reeks gezamenlijke boeken met gedichten voortgekomen. In Tegenspraak, een
Nijmeegs studentenblad, hadden we een gezamenlijke rubriek. In 1980 kwam daar
het boek Herenspraak uit voort, ook van ons tweeen."
In 1986 schreef Van der Pluijm Weelde en Feestgedruis, eveneens een bloemlezing
uit het werk van Drs. P. tot aan dat jaar. Het vandaag verschijnende boek bij
uitgeverij Nijgh & Van Ditmar is daar weer een vervolg op en behelst de
laatste 50 jaar van P.'s werk.
Van der Pluijm kreeg van P. alle vrijheid om gedichten te selecteren. De auteur
luisterde het boek op met een interview waarin de eerdergenoemde anekdote naar
voren komt. "Met dat Ben en Dolf akkefietje hield het niet op", aldus
Van der Pluijm. "In het begin van de oorlog was het nog niet zo erg streng
in het Oranjehotel. De gevangenen kregen papier om naar huis te kunnen
schrijven. Heinz Polzer gebruikte dat om er een kaartspel van te maken. Tja, en
daar had hij jokers voor nodig. Je raadt het al: daar gebruikte hij opnieuw Ben
en Dolf voor."
De student Polzer ging dus doodleuk in de herhaling. Toch kwam hij na een paar
maanden vrij. Van der Pluijm: "Zoals hij daar zelf nu op terugkijkt is dat
te danken geweest aan het feit dat de oorlog nog niet zo lang gaande was en er
kennelijk nog niet zo heel zwaar aan dit soort dingen werd getild. Had hij dit
in '43 of '44 uitgehaald, dan had het wel eens helemaal verkeerd kunnen aflopen
met hem."
Volgens Van der Pluijm is de anekdote illustratief voor het leven van P. De man
die later afstudeerde als bedrijfseconoom, enige tijd werkzaam was in Indonesië
als reclametekstschrijver en die in de jaren zestig door Willem Duys 'ontdekt'
werd als schrijver, artiest en pianist met zijn lichtvoetige humoristische
gedichten die tegenwoordig bekend staan als light verse, staat tot de dag van
vandaag buitengewoon blijmoedig in het leven.
Hij schreef geschiedenis met liederen als De Veerpont en Dodenrit (Troika) en
haalde daar zelfs de Top 40 mee. Schreef liederen voor velen, onder wie voor Adèle
Bloemendaal die faam verwierf met De meisjes van de suikerwerkfabriek. Bewonderd
en geliefd bij studenten voor wie hij tot in de jaren negentig zou blijven
optreden. "Hij behoort tot de allervrolijkste mensen die ik ken", zegt
Van der Pluijm. "Altijd in een uitmuntend humeur, steeds plezier maken, en
in staat om van elke dag weer iets leuks te maken."
De auteur noemt het 'een schande' dat P. nog nooit een eredoctoraat kreeg voor
de impuls die hij aan de lichte poëzie heeft gegeven en de kennis die hij heeft
vergaard over versvormen. "Hij heeft gloednieuwe versvormen ontwikkeld als
ollekebolleke, de balladette en het triolet. Hij is het die het light verse,
vroeger bestempeld als nonsens-poëzie, tot een serieus genre heeft gemaakt waar
nu op wordt voortgeborduurd door mensen als Ivo de Wijs, Jan Boerstoel en,
uiteraard, ikzelf", verduidelijkt Van der Pluijm. "Niet dat het gebrek
aan die waardering P. dwarszit. O nee, die ligt daar niet wakker van."
Want P. gaat uiterst wellevend door het leven, niet geplaagd door ijdelheid,
zorgvuldig in taalgebruik ("Zó perfect dat ik het interview, vol prachtige
volzinnen, direct kon uittypen van de band") en immer ouderwets in het pak
gestoken. "Je zult hem zelden zonder stropdas zien." Kortom, op en top
een heer waarvan Nederland er nog maar weinig van telt: Drs. P., 85 jaar oud en
nog steeds studentikoos. Ondeugend tot op het bot, de wellust niet schuwend. Die
nogal wat wreedheid en leedvermaak in zijn werk stopt (luister naar Troika),
vrijmoedig schrijft over bordeelbezoek en om dat alles zelf dan weer smakelijk
moet lachen. Tuk op een borreltje op z'n tijd, alsmede een permanente roker, van
sigaren en sigaretten, en ook die hebbelijkheden beoefent vol joie de vivre.
"Hij staat er gewoon niet bij stil dat je daar dood van kunt gaan of ziek
worden."
Halverwege de jaren negentig hield P. op met zingen en optreden. Schrijven doet
hij nog elke dag. In het Pulitzerhotel in woonplaats Amsterdam waarheen hij bij
goed weer zijn schreden richt. De man die een onuitwisbaar stempel drukte op de
Nederlandse taal is overigens zijn hele leven Zwitser gebleven. "Vond 'ie
wel leuk", aldus Van der Pluijm. "En het stond zijn wonen en werken in
Nederland niet in de weg."
Cees van der Pluijm, Toenemend Feestgedruis, 310 blz., Nijgh & Van Ditmar,
€ 14,95.